Datasheets lezen van zonnecollectoren

Technisch blad

Opvallend is dat de laatste jaren de datasheet van zonneboilers zeer summier zijn. Waarschijnlijk wil men de consument niet meer lastig vallen met ingewikkelde technische tabellen. Het kan ook te maken hebben met het verplichte energielabel dat ook de verplichte productinformatie vereist. Sinds 2013 is dit energielabel ingevoerd (EU 811/2013 (ruimteverwarming en combi met warmwater) en EU 812/2013(warmwatervoorziening)). We zullen ons dan ook, wat de techniek betreft, op deze pagina beperken tot deze verplichte informatie, maar ook de meest elementaire gegevens van de zonnecollector meenemen.

Wat moet men weten van de zonnecollector?

Algemene parameters

Afmetingen: Past hij op mijn dak?
Aansluitingen: Waar zitten deze? Is de collector horizontaal of verticaal te plaatsen?
Thermprotectcoating: Reflecteert de collector de zonnestralen boven een bepaalde temperatuur?
Gewicht: Wat weegt mijn collector. Kan ik hem optillen? Een buiscollector kan in onderdelen op het dak geplaatst worden (weinig gewicht per onderdeel, maar moet ter plaatse gemonteerd worden. Een vlakke plaat collector kan alleen als een geheel op het dak gemonteerd worden).
Materiaal: Van welk materiaal is de collector gemaakt, wat is de verwachte levensduur van dit materiaal. Is er ijzerarm gehard glas toegepast?
Kleur: Is de kleur transparant of misschien in de kleur van dakpannen te krijgen?
Leegloop of drukgevuld: Bij leegloopsystemen moeten de leidingen op afschot gemonteerd worden, zodat de collectorvloeistof vanzelf uit de collector kan lopen. Dit is niet bij iedere woning mogelijk. Drukgevulde systemen zijn gesloten systemen die op druk gebracht worden, vergelijkbaar met een cv-systeem.
Stagnatietemperatuur: Tegen welke temperatuur is de collector bestand? Hoe hoger hoe beter.

Technische parameters (EU 811/812)

  • Ag: De werkelijke oppervlakte van de collector
  • Asol: De apertuuroppervlakte van de collector, het deel dat nuttig zonnestralen kan ontvangen
  • η0: Het theoretisch rendement zonder verliezen (nulverliesrendement of Eta-nul). Hoe hoger hoe beter.
  • a1: primaire verliescoëfficient. Warmteverliezen via de collector. Hoe lager hoe beter.
  • a2: secundaire verliescoëfficient. Warmteverliezen via de collector. Hoe lager hoe beter.
  • IAM: Instralingshoek correctiefactor: Instralingscorrectie t.g.v. reflectie en schaduw naastgelegen buis bij buiscollectoren. Deze factor geeft de verandering in prestaties weer van de zonnehoek in relatie tot het collectoroppervlak. Hoe hoger deze factor, hoe beter.
  • Uit bovenstaande gegevens kan het collectorrendement berekend worden. De exacte omschrijving volgens de EU 811/2013 norm is: ”Collectorefficiëntie (ηcol): de efficiëntie van de zonnecollector bij een temperatuurverschil tussen de zonnecollector ende omgevingslucht van 40 K en een totale zonnestraling van 1 000 W/m², uitgedrukt in %. (71)”
    Hieruit resulteert de volgende vereenvoudigde formule: ηcol = η0 - 0.04 . a1 – 1.6 . a2

    We zien hier gegevens uit het NEFIT-productblad. Asol is de apertuuroppervlakte van de zonnecollector. Dit is niet de werkelijke oppervlakte die de collector op het dak in beslag neemt, dat is Ag, en die is ook belangrijk, maar kunnen we niet uit het productblad halen. Met behulp van deze gegevens kunnen we het collectorrendement berekenen:

    ηcol η0 a1 a2

    Voeren we de gegevens uit ons voorbeeld in, dan zien we dat we een collectorrendement van 64% halen. Dit getal is ideaal om collectoren onderling te vergelijken.